MET WATERLOO BEGON DE VICTORIE
 

    ABBA is waarschijnlijk het meest sprekende voorbeeld van wereldsucces door het Eurovisie Songfestival.  Vele jaren na het uiteenvallen van de groep worden nog steeds één tot twee miljoen platen per jaar verkocht.  De teller staat inmiddels voorbij de 350 miljoen exemplaren.  In Nederland stond de groep 27 keer in de Nederlandse Top 40 en bereikte acht keer de eerste plaats.  In 1999, 25 jaar na de winst van Waterloo, ging in het Londonse West End de musical Mamma Mia in première, met daarin 27 ABBA-hits.  De verzamel-cd ABBA Gold, die begin jaren negentig uitkwam, werd in dertig landen platina.  Wereldwijd werden meer dan vijftien miljoen exemplaren verkocht.
    Geen wonder dat ABBA wordt gezien als het grootste succesnummer van al die jaren Eurovisie Songfestival.  De groep heeft het festival bewust gebruikt om ook buiten de Zweedse landsgrenzen bekend te worden.  De voorbereidingen op een internationale doorbraak waren in 1974 zelfs zover gevorderd dat Waterloo dat jaar niet eens had hoeven te winnen.  De platenindustrie was toch al klaar voor de lancering van ABBA.

    De vier individuele leden Agnetha, Björn, Benny and Anni-Frid, waren in Zweden al bekende artiesten.  Björn Ulvaeus was in de jaren zestig lid van de Hootenanny Singers, Benny Andersson behoorde tot de Hep Stars.  Beide groepen waren erg populair toen de twee elkaar in 1966 voor het eerst ontmoetten.  In dat jaar componeerden zij hun eerste gezamelijke nummer.  Isn't It Easy To Say werd opgenomen door de Hep Stars van Benny.

    Na die eerste spontane samenwerking ontstond onder stimulans van platenbaas Stig Anderson uiteindelijk het succesvolle componistenteam, waartoe Stig zelf toetrad als tekstschrijver.

    'Ooit zullen jullie een nummer schrijven dat een wereldhit wordt.,' voorspelde Anderson begin jaren zeventig.  Voor een Zweedse act was het echter niet zo gemakkelijk om internationale faam te verwerven.  De meeste hitparade-artiesten kwamen uit Engeland of de Verenigde Staten.  Het Songfestival, met een gegarandeerd publiek van honderden miljoenen, kon zo'n doorbraak mogelijk forceren.  Anderson wist waarover hij sprak: hij had al in 1958 de tekst geschreven voor een van de nummers waaruit Alice Babs haar inzending koos.

    Aanvankelijk bleek het niet eenvouding om de horde van de Zweedse voorronde te nemen.  Anni-Fird en Benny hadden in 1969 allebei al meegedaan; Anni-Frid als zangeres (ze werd vierde), Benny als medecomponist van het nummer Hej Clown, dat samen met Judy Min Vän de meeste punten kreeg.  In een barrage redde Benny's nummer het niet.

Andere pogingen van het Ulvaeus/Andersson/Anderson-team door te dringen tot de Zweedse finale strandden daarna.  In 1972 lukte het uitendelijk toch met het liedje Säj Det Med En Sang, later door ABBA op de plaat gezet als Better To Have Loved, in de uitvoering van Lena Andersson.  Zij eindigde slechts op de derde plaats van de Zweedse voorronde, maar scoorde wel een hit in Zweden.

       Een jaar later traden de vier ABBA-leden zelf in het strijdperk met Ring Ring.  De groep had er duidelijk rekening mee gehouden dat het deze keer wel zou lukken met het Songfestival.  Het nummer werd in ieder geval in diverse landen op de plaat gezet.  ABBA moest echter opnieuw genoegen nemen met een derde plaats in de Zweedse voorronde.  Van Ring Ring werden desondanks in Europa meer dan een half miljoen exemplaren verkocht.  In Nederland haalde het nummer de vijfde plaats.

    Veel belangrijker dan een grote hit was dat er contacten waren gelegd met de muziekindustrie in het buitenland, zodat de platenmaatschappijen voorbereid waren op de lancering van Waterloo, een jaar later.

    Toen eind 1973 de uitnodiging voor de Zweedse voorronde binnenrolde, haalde het componistentrio dan ook alles uit de kast om een winnend liedje in elkaar te zetten.  Platenmaatschappijen over de hele wereld werd om advies gevraagd.  Met wat voor soort nummer moest de groep zich presenteren?  Uit die analyse kwam een uptempo-nummer naar voren, al hadden de jaren daarvoor telkens ballades gewonnen (Tu Te Reconnaitras, Après Toi, Un Banc, Un Arbre, Une Rue).

    Waterloo was heel anders, met die scheurende gitaarrifs werd zelfs voor het eerst een brug geslagen tussen de eigen muziekstijl van het Songfestival en de popmuziek die in die jaren in de hitparade te vinden was.

    De twijfel sloeg echter toe.  Er was met het nummer Hasta Mañana, met een eerste zangpartij van Agnetha, ook een alternatief dat beter aansloot op de trend van de vorige winnende nummers.  Uiteindelijk gokte ABBA toch op Waterloo, omdat de dubbele lead vocal met Agnetha en Frida juist fris en nieuw klonk.  De glitterkostuums, hoge laarzen en de stervormige gitaar van Björn deden de rest.  In Zweden won het nummer in ieder geval glansrijk de finale.

    Meteen werd de publiciteitsmachine in werking gesteld.  'We hoefden alleen nog een knop in te drukken, zei Björn in een interview.  De single moest al voor het festival, dat in 1974 in het Engelse Brighton werd gehouden, in de platenwinkels liggen.  Volgens de regels van de EBU mocht dat in dat jaar pas begin maart, een maand voor het festival.  In Duitsland en Frankrijk kwamen zelfs versies in de landstaal uit, maar uiteindelijk bleek het platenkopend publiek toch meer geïnteresseerd in de Engelse versie.  Vooraf was ook al een optreden geregeld in het veelbekeken Engelse programma Top Of The Pops in een van de eerste uitzendingen na het festival.

    ABBA was een van de favorieten, maar er deden in dat jaar meer grote namen mee: Olivia Newton-John voor Groot-Brittannië, oud-winnares Gigliola Cinquetti voor Italië, Mouth & MacNeal voor Nederland en Peret voor Spanje, Cindy & Bert voor Duitsland en Ireen Sheer voor Luxemburg.  Agnetha dichtte het Verenigd Koninkrijk en Nederland meer kansen toe. 'Eigenlijk was Waterloo een van onze minder nummers.

    Maar het pakkende nummer en de opvallende podiumpresentatie, inclusief een dirigent verkleed als Napoleon, maakten een grote indruk op de Europese kijkers en op de juryleden.  Het platenkopend publiek viel massaal voor Waterloo en het nummer kwam in diverse landen op de erste plaats terecht, waaronder België.  Opvallend genoeg bleef het in Nederland op de tweede plek steken.  De vaderlandse Cats hielden met hun mega-kraker Be My Day de Zweedse furie vooralsnog van een nummer 1-notering af.  In de Verenigde Staten belandde de single op een zesde plaats.

    ABBA bleek in de jaren daarna trendsettend.  Andere landen gingen ook groepen sturen die poppy deuntjes zongen.  De Nederlandse winnaar Teach In werd in 1975 ook allerwegen beschouwd als een ABBA-kloon.  De ballade van de soloariest, die met dramatische armgebaren en getergde blikken het nummer kracht probeerde bij te zetten, moest na ABBA steeds meer plaatsmaken voor een andere Eurovisie-icoon: Het vrolijke uptempo nummer van de fleurig uitgedoste groep, uitgevoerd met kittige danspasjes,  De taal van eenvoudige teksten met universele kreten voortaan ABBA-Engels genoemd.

    De hele wereld kende ABBA vanaf het voorjaar van 1974, maar toch bleek het aanvankelijk moeilijk om het succes een vervolg te geven.  Terwijl het Songfestival eerst een handige opstap was geweest voor de doorbraak, bleek het in de maanden daarna vooral een lastig stigma.  Er waren wel wat kleine hitjes zoals Honey Honey en I Do I Do I Do I Do I Do, maar in Engeland duurde het maar liefst anderhalf jaar voordat er een opvolger voor Waterloo was.  Net op het moment dat de groep daar het etiket van eendagsvlieg kreeg opgeplakt, lukte het met S.O.S. toch nog in de Engelse hitparade te komen.

    Vanaf toen waser ook geen houden meer aan.  Tot 1982 scoorde de groep hit na hit en werden regelmatige vergelijkingen getrokken met het ongekende hitparadesuces van The Beatles in de jaren zestig.

    Liefhebbers van serieuze popmuziek deden in de jaren echter zeer neerbeugend over de muziek van ABBA, die zij als edelkitsch beschouwden.  De waardering uit die hoek kwam pas later.  Zo gaf zelfs punkgroep The Sex Pistols toe, in de jaren zeventig de ruige tegenvoeter van de zoetsappige ABBA-sound, de muziek van de Zweden zeer te waarderen.  De gitaarriff van het nummer Pretty Vacant op het legendarische album Never Mind The Bollocks bleek geïnspireerd op het intro van S.O.S.  New wave-held Elvis Costello merkte op dat iedereen van ABBA jatte.  Zelf introduceerde hij de dubbele piano-akkoorden van Dancing Queen in de hit Oliver's Army.

    De waardering van sommigen gaat inmiddels zo ver dat zij de vergelijking met Bach zelfs maken.  Volgens studiotechnicus Michael Tretow, die bij veel ABBA-opnamen betrokken was, was de groep niet zo vernieuwend als The Beatles, maar zit de muziek wel beter in elkaar.

    'De nummers zijn gecompliceerder dan je denkt,' aldus Tretow in een interview.  'Allerlei melodielijnen zijn in elkaar verweven.  Tegen elkaar in, om elkaar heen.  Net als in de fuga's van Bach.  Veel muzieknoten worden er vaak niet voor gebruikt.  Het begin van het refrein van The Name Of The Game bestaat uit een enkele noot, enkele zangpartijen van Dancing Queen bevatten twee noten.

    Waterloo was overigens niet het einde van ABBA's bemoeienis met het Eurovisie Songfestival.  In 1981 werd Agnetha gevraagd een nummer te schrijven voor de Zweedse voorronde.  Men Natten Är Vär, gezonden door Kicki Moberg eindigde als laatste.