Jip Golsteijn praat met Frida
 

    Toen Anni-Frid Lyngstad aan het eind van de jaren zestig in een club in Malmö Benny Andersson ontmoette, was zij een totaal vergeten tienerzangeres en hij pianist in de succesvolste Zweedse popgroep van dat moment, de Hep Stars.  Andersson was echter net zo ontevreden met zijn leven als zijn nieuwe vriendin met het hare.  Hij was begonnen songs te schrijven met Björn Ulvaeus, die op de wip zat bij een andere Zweedse popgroep, de Hootenanny Singers.  Het resultaat van de samenwerking klink sensationeel, Björn en Benny hoopten nu maar dat niet alleen hun beider geliefden, maar ook De Business dat zou vinden.
    Ze klopten aan bij Stig Anderson, een ex-muzikant die zijn stormachtige carrière had weten om te zetten in zakelijk succes als uitgever en manager.  Stig zag wel wat in het songmateriaal van Ulvaeus en Andersson, maar het smeekte volgens hem om zangeressen.  Benny en Björn aarzelden maar enkele dagen en kozen toen voor de meest voor de hand liggende oplossing: waarom niet een groep begonnen met Frida en Agnetha?  Niemand vond de naam van de nieuwe groep bijster orgineel.  Een collage van de voornamen.  Maar Stig proefde het op de toen en zij: 'Het swingt.'.  Dus werd het ABBA.

    De rest, zo luidt he cliché, is geschiedenis.  De geschiedenis van de eerste popgroep uit een niet-Engelstalig land die wereldberoemd werd.  Films, boeken, wereldtournees en tweehonderdmiljoen platen later lag ABBA privé en beroepshalve uit elkaar, al zei, en zégt, niemand dat met zoveel woorden.  Allen hadden op op hun lauweren kunnen gaan rusten, maar niemand heeft het gedaan.  Björn en Benny staan aan de vooravond van de première van de door hen, in samenwerking met Tim Rice, geschreven musical Chess (deze heeft inmiddels plaatsgevonden, JG).  Agnetha verzamelt weer eens materiaal voor haar nieuwste soloplaat en Frida...

    Ze is nu veertig jaar, maar ze ziet er beter uit dan ze in jaren heeft gedaan.  Beter dan zes jaar geleden, toen ze werd verwijderd uit de Stockholmse nachtclub Alexander en om halfzeven 's morgens ruzie stond te maken met Benny over wie het meest dronken was.  Beter dan drie jaar geleden, toen Mies Bouwman naar de Zweedse hoofdstad afreisde om tijdens het interview een leven lijk voor de camera aan te treffen.

    'Herinner me maar niet aan die tijd,' zegt Frida griezelend.  'Benny had me de wacht aangezegd en ik zat met een nieuwe verhouding die meer op wraak was gebaseerd dan op iets anders.  Ik voelde me emotioneel halfdood.  En nu?

    'Ik ben zo gelukkig als mijn karakter me toestaat.  Ik wil niets aan mijn zogenaamde droevige uitstraling afdoen, maar ik ben het prototype van de gelouterde rock-ster die het allemaal heeft gezien, gehoord en gedaan.  Ik ben vegetariër, drink niet meer, ga vroeg naar bed en ren elke dag vier kilometer door het dichtstbijzijnde bos.  De enige opwinding in mijn leven komt van muziek.'

    Ze zegt het aan het eind van een lang gesprek, als ze de strikt zakelijke toon allang heeft laten varen.  'Op het podium met ABBA speelde ik altijd de Vrolijke Tante met een humeur van schokbeton.  Tot ik het niet meer kon opbrengen.  Dat viel toevallig samen met het moment waarop Benny en Björn tot "a little break" besloten.  Of toevallig...

    Eenzaamheid is mijn beste vriend.  Mijn soort eenzaamheid zit te diep om te kunnen worden weggenomen door vrienden, collega's, kinderen of zelfs geliefden.  Als je zo in elkaar zit als ik, moet je in een vroeg stadium het gevecht tegen eenzaamheid opgeven, anders ga je eraan onderdoor.  Je moet leren de negatieve energie ervan positief te gebruiken.  Nou, dat lukt me aardig.  Ik zit boven op een enorme golf.'

    Anni-Frid Lyngstad moet eenzaam zijn geboren.  Dat was in 1945, in het Noorse Narvik.  Haar moeder stierf kort na haar geboorte ('aan een gebroken hart').  Haar vader, een Duitse officier, leerde ze pas enkele jaren geleden kennen ('toen het te laat was').  Haar grootouders, die inzagen dat er in een kleine stad als Narvik geen glorieuze toekomst was weggelegd voor een weesje, dat bovendien de dochter van een 'landverraadster' was, verhuisden naar het Noordzweedse Eskilstuna en voedden Frida op, 'zo goed en zo kwaad als dat ging, want er was geen land met me te bezeilen.'

    Hoe onredelijk ze dat nu ook vindt, het was de armoede die haar in het grootouderlijk huis het meest tegenstond.  Meer nog dan de doe-maar-gewoon-dan -doe-je-gek-genoeg-opvoeding die ze kreeg.  Ze plande haar ontsnapping uit het verstikkende arbeidersmilieu van het doodsaaie mijnstadje via de muziek.

    'Ik begrijp nóg niet waarom ik zo'n extravert vak koos, want de hardheid die ik toen voorwendde, heb ik me nu nóg niet eigen gemaakt.  Maar muziek zat in me vanaf het moment dat ik kon praten. Ik heb serieus geprobeerd me tegen die grote liefde te verdedigen, maar ik was er weerloos tegen.  Ik wilde beslist niet harder door het leven worden geslagen dan ik al wás geslagen, en op en podium dingen naar de gunst van het publiek leek me dé methode om te worden gekwetst.  Maar hoe vaak ik me ook voorhield dat ik geen masochiste was...'

    Op haar dertiende stond Frida voor het eerst beroepshalve op het toneel.  Met haar eigen groep werd ze een bonafide tienerster met een carrière die, zoals die van elke tienerster uit die tijd, enkele singles duurde.  In Bengt Sandlunds Big Band leerde ze haar eerste man, Ragmar Frederikson, kennen.  Ze trouwden toen Frida op haar zestiende zwanger werd en ze rekten het weinig succesvolle huwelijk nog vier jaar, om wille van de kinderen en de Anni-Frid Foud, de jazzband waarmee ze hun brood verdienden.  Net toen 'ik absoluut niet meer wist wat ik moest doen om mijn hoofd boven water te houden' kwam Benny Andersson.  'Hij was pas twintig, maar zo betrouwbaar als de Bank van Zweden.  Na al die jaren chaos had ik eindelijk een thuisbasis en dat nog wel met iemand die ook in het vak zat.'

Benny stelde Frida voor aan zijn partner Björn en diens verloofde, Agnetha Fältskog.  De jongens hadden een plan...

    'ABBA bewees dat je het kon maken, bijna op het niveau van de Beatles, vanuit een niet-Engelstalig land.  Zweden was, vóór ABBA, een geïsoleerd land, dat alleen voeling had met rock'n roll via covers die Zweedse artiesten van Amerikaanse en Engelse hits konden maken voor het orgineel Scandinavië bereikte.  Uitgeverijen baseerden hun commerciële succes op die paar weken die hun waren gegund tussen het tijdstip waarop Cathy's Clown van de Everly Brothers ontvingen en het tijdstip waarop de platenmaatschappij eindelijk kans zag het plaatje uit Amerika uit te brengen.  ABBA voorzag in de behoefte aan orginele Zweedse-muziek-in-het-Engels.  Want Zweden wilde bij de wereld horen, al was het buiten de oorlog gebleven en daarno ook niet door de Amerikanen, met hun opwindende muziek, bevrijd.  Maar het succes van ABBA is ook op die manier niet logisch te verklaren.  Het is puur magie geweest.

    Er is een direct verband tussen succes en persoonlijk geluk.  Hoe minder gevoel er hoeft te worden geïnvesteerd in de persoonlijke verhouding, hoe meer er kan worden besteed aan de artistieke.  De narigheid is, dat elke artiest met wereldsucces dat door schade en schande moet leren.  Pas als hij dan opnieuw het wiel heeft uitgevonden, kan hij besluiten of het echt de moeite waard is geweest, maar dan is het altijd te laat.

    De muziek van ABBA bleef positief, alleen de video's werden hoe langer hoe somberder.  Agnetha, na de scheiding, in die lege flat!  Pervers.  Björn, als tekstschrijver, had het er het moeilijkst mee om privé en beroep te scheiden.  Benny, maar vooral Agnetha, hadden op het laatst het gevoel dat ze zich niet meer met wat hij schreef konden identificeren.  Ik deed mijn mond niet open.  Agnetha wel.  Agnetha had een hit toen ze zeventien was, met een eigen song.  Ik bedoel maar: ze was dan wel, net als ik, in de schadum van Björn en Benny terechtgekomen, maar ze zag dat, door haar jeugdsucces, niet als permanent, laat staan als een onafwendbare doem.  Ik troostte me er maar mee dat dat proces niet essentieel verschilde van dat bij de Beatles.  Halverwege een plaatsessie, als er al een stuk of zes Lennon/McCartney-composities op de band stonden, zeiden ze tegen Harrison: "En wat heb jij?"  Dan namen ze één of twee nummer van hem op, besloten welk countrydeuntje Ringo deze keer zou zingen en gingen door met eigen songs.

    Misschien had de vage ontevredenheid over Björn's teksten het einde van ABBA eerder ingeluid als ABBA niet al zoveel had overleefd.  Er was bijvoorbeeld geen enkele ruimte meer voor een privé-leven.  Alles was ABBA.  Benny en ik acteerden een goed huwelijk.  Dat was niet eens zo moeilijk, want we mochten elkaar nog graag.  Met zijn vieren acteerden me een harmonische supergroep, die privé-problemen niet liet meespelen bij werk.  Voor ons dát fataal had kunnen worden - want het publiek is niet gek - kondigden Björn en Benny "vakantie' aan.  Getimed als altijd.  Geniaal als altijd.'

    Uitgerekend het ABBA-lid met de kleinste creatieve inbreng bleek op eigen benen het avontuurlijkst.  Frida strikte voor haar eerste solo-elpee sinds 1975 (toen ze een curieuze acommerciële plaat vol jazz opnam onder de veelzeggende titel Frida Ensam, JG) Phil Collins.  De titelsong Something's Going On werd een wereldhit.  Kort geleden kreeg ze er een gouden plaat voor.  Van haar 'eigen' platenmaatschappij, maar toch...  Shine, de opvolger, werd geproduceerd door Steve Lillywhite, meer dan tien jaar jonger dan Frida, net als het merendeel van de muzikanten die voor die plaat werden gerecruteerd.

    'Hoe ouder ik word, hoe harder ik wil rocken.  Ik ben begonnen als jazz-zangeres en ik zit nu aan de andere kant van het muzikale spectrum.  Ik ben nieuwsgierig van aard, maar het is ook noodzaak om te experimenteren.  Alles keert terug, maar in gewijzigde vorm.  Dat komt omdat er in de jaren zeventig, toen de huidige generatie pop-sterren hun stijl vond, niets is gebeurd.  Behalve ABBA, maar daaraan kun je je moeilijk spiegelen.  ABBA was vakwerk.  Conservatief vakwerk.

    ABBA heeft vaak gebotst met mijn zin voor avontuur, maar daarvan krijg ik door het werken met Collins en Lillywhite tegenwoordig genoeg.  Ik heb de mateloze bewondering van de leek voor iemand die zijn weg weet te vinden in een technisch labyrint dat elke studio is.  Ik heb het uiteraard aan mijn verleden te danken dat die topjongens überhaupt met me willen werken.  Liefdadigheid bestaat niet in de rock'n roll.  "Nobody gives you anything!"  Ik ben nu een uitdaging voor de heren gebleken: kijken of we met die tante ook kunnen rocken...  Geen van beiden had ooit met vrouwen gewerkt.  Geen van beiden had ooit met solisten gewerkt.

    Bij ABBA had ik geen tijd om na te denken, laat staan om te bedenken wat ik na ABBA zou gaan doen.  ABBA rolde maar door, net als een Sherman tank.  Maar na de split...  Na die split?  Ik wéét niet eens zeker of we uit elkaar zijn of niet!  Ik woon nu in London.  Björn en Benny, althans in de praktijk, ook.  Ooit zullen ze, om Chess van de grond te krijgen, naar New York gaan.  Ik had gedacht dat ze na ABBA ook langdurig uit elkaar zouden gaan, maar ze zijn closer dan ooit en de druk van hun ambitieurze onderneming lijkt hen alleen maar closer te maken.  Ze hebben de laatste tien jaar in elkaars broekzak gewoond, nu zitten ze elkaar ook nog op de lip.  Ik vind Chess overigens schitterend.  Het wordt een groot succes.  Er zitten klassieke invloeden in, maar ook Zweedse volksmuziek, al weet ik niet of dat ook voor niet-Zweden te horen is.  Als ik Barbara Dickson en EIaine Paige hoor, dan hoor ik ABBA.  Nu doet me dat nog niks, maar als Chess op Broadway staat, denk ik daar misschien anders over...

    Björn en Benny hebben door het werken met anderen iets unieks van de grond gekregen.  Ik zou graag iets soortgelijks - maar niet noodzakelijkerwijs op hetzelfde commerciële niveau, hoor - bereiken met Kirsty McColl.  Zij is als het ware mijn lijfschrijfster geworden.  Björn schreef ook vanuit het standpunt van een vrouw - wij moesten het zingen, nietwaar, Agnetha en ik - maar met Kirsty is het toch een stuk intiemer.  Dat is het woord ja.  Met Kirsty zit ik uren te praten.  Als er dan een song uitkomt, is hij misschien niet echt van mij, maar er zit toch meer van mij in dan in Dancing Queen, dat Björn mij destijds liet horen als "van jou, voor jou".  Maar zoals met veel dingen van ABBA was het toch meer een kwestie van: melodie waaraan een paar woorden  zijn blijven haken.  Nu heb ik liever dat muziek en tekst getrouwd zijn.  Sinds ik in London woon, is mijn Engels ook vooruitgegaan, dus kan ik er misschien beter over oordelen.

    Kirsty is ook mevrouw Lillywhite.  Hoe dat kan, begrijp ik niet zo goed.  Kirsty is een spring-in-'t-veld, Steve is bloedserieus.  Maar het schijnt te werken.  Ik was in het begin gewoon bang van hem.  Wat zou de producer van U2 vinden van zo'n bejaarde schlagerzangeres?  Maar ik merkte dat vakmensen heel anders op ABBA reageren dan de media.  Mensen als Nick Lowe, Dave Edmunds en Elvis Costello, tegen wie ik opkijk, zijn gewoon fans van ABBA!  Ik zou met ieder van hen wel eens willen werken.

    Wat ik zover mogelijk van me afschuif, maar waaraan ik binnenkort toch zal moeten gaan denken, is toeren.  Er wordt flinke druk op me uitgeoefend, niet het minst door de media die ABBA haatten!  Ik wil niets liever dan toeren, maar aan de andere kant ben ik er doodsbang voor.  ik heb zo lang niet in mijn eentje op een podium gestaan!  Van alle ABBA-leden wilde ik altijd het liefst toeren.  Soms als enige.  Nu ben ik er bang voor.  Ironisch hè?

De laatste keer, met ABBA, stonden we met zijn vijftienen op het podium.  In die jaren moest alles groter, duurder, spectaculairder, misschien wel als compensatie voor het gebrek aan artistieke vernieuwing.  Als ik alleen ga toeren, zal het een stuk bescheidener moeten, daar zie ik ook tegenop.  Economisch, maar smaakvol, kan ik dat wel?

    Maar als ik wil, kan ik alles.  Op Shine stond mijn eerste song.  Ik had nog nooit een song geschreven, als je die van mijn elfde, twaalfde jaar, toen ik hele dagen zachtjes jankend aan de piano doorbracht, tenminste niet meerekent.  Ik ben er pas weer mee begonnen onder druk van Phil Collins, die gewoon zei: "Iedereen kan het, jij dus ook!"  Ik heb er inmiddels een stuk of vijftien, twintig.  Don't Do It was de enige waarover ik tevreden was.  Een simpel liefdesliedje, dat is zo.  Maar in de liefde ben ik net mijn dochter van achtien.  Ik leer het nooit.  Ook nooit af.'

 
 

Jip Golsteijn, van zijn boek "Warm bier en koude vrouwen" uit 1984.