|
JIP GOLSTEIJN ONTMOET ABBA
Een perfecte geluidsinstallatie
stort de muziek van de in februari '78 uitgekomen ABBA-elpee uit over
de aan hun champagne nippende bezoekers, die het Look Theater in Stockholm
voor de helft vullen. Naar verwacht mag worden overigens, voorlopig
de laatste maal dat een voorstelling van 'ABBA - The Movie' voor zo weinig
mensen plaats zal vinden. De directeuren van de platenmaatschappijen
die de platen van de groep in de diverse landen van de wereld uitbrengen,
kunnen met eigen ogen zien dat zij niet de enigen zijn die zich strikt
aan de aanwijzingen hebben gehouden om 'geen buitenstaanders mee te nemen
aangezien het hier een informele gebeurtenis betreft'.
Zij zitten weliswaar op dezelfde rij, maar een meter of vijftien van
elkaar af. Plotseling kijken Björn Ulvaeus en Benny Andersson
elkaar getroffen aan, en verdwijnen vervolgens vrijwel onopgemerkt door
de dichtsbijzijnde zijdeur. Even later duiken ze achter me op en,
na een op fluistertoon gevoerde discussie met de man achter de mengtafel,
veranderen ze iets aan de geluidsverhouding dat voor normale mensen geen
hoorbaar verschil maakt. Achteloos komen ze na een minuutje ieder
aan een kant de zaal weer in, een glas in de hand, alsof ze even ergens
anders voor naar achteren moesten.
'Wat is er veranderd?', vraag ik de geluidsman. 'Er zit nou iets
minder bas in, 'legt hij gelaten uit als hij de houding 'Ik-weet-van-niks-mijn-naam-is-haas'
heeft laten varen. Ulvaeus en Andersson blijken die morgen speciaal
voor de informele screening in het Look Theater een nieuwe mix gemaakt
hebben. Voor het laten horen van het nieuwe album maakt de creatieve
helft van ABBA gebruik van de 32-sporen band in plaats van de zogeheten
master'! Het is tekenend voor de perfectie waarnaar ABBA streeft,
'Het spijt me,' zegt Stig
Anderson, de beminnelijk ogende, maar naar verluid wordt spijkerharde
manager van ABBA. 'Maar een interview is echt niet mogelijk.'
We staan in de foyer van het Look Theater nadat hij mij met een allervriendelijkste
glimlach op de verkreukelde krantekop langs de Cerberus aan de ingang
heeft geloodst, na woord voor woorde de brief te hebben waaruit hij de
indruk moet krijgen dat mijn bezoek belangrijker is dan dat van het voltallige
Nederlandse bioscooppubliek. Ik wijs hem op het woordje 'ontmoeting'
dat slaat op een belofte van een employé van Polar, de NV ABBA
zogezegd, enkele dagen daarvoor telefonisch gedaan. 'O, ' zegt Andersson
onaangedaan. 'Een ontmoeting, dat is wat anders. Ik wil met
plezier bemiddelen in het verkrijgen van een hand van de drie aanwezige
groepsleden, mar ik neem aan dat je daarvoor niet naar Stockholm bent
gekomen.' Dat kan ik volmondig beamen. 'Het probleem is alleen
dat ik een bindende afspraak met de groep heb, dat er absoluut niet met
de pers gepraat zal worden,' zegt Anderson. 'De Zweedse pers is
niet eens hier! De pers krijgt de film over twee weken te zien en
dan ben je van harte welkom.' Nog steeds zeer vriendelijk maar helaas
ook zeer beslist, draait hij zich om en verdwijnt in het feestgedruis.
Ik pak hem nog net bij een in de massa verdwijnende elleboog, waarachter
hij volgens het grootste gedeelte van de Zweedse pers zoveel verborgen
houdt. 'Ik zal het mooi met je maken,' zegt hij tenslotte.
'Je hoeft niet tot de persvoorstelling te wachten. Ik draai de film
eerder voor je. Bel me morgen na tienen op. Op de zaak.
Dan kunnen we wel iets regelen.' En weg is hij.
'Nou dan heb je pech gehad,'
zegt de employé van Polar, die me enige dagen te voren de 'ontmoeting'
in het vooruitzicht stelde, waarvoor ik nu hier ben. 'Stigs wil
is echt wet, daar kan ik niets aan veranderen. Misschien kan je
wat praten tijdens het diner.' 'Welk diner?' 'Na afloop,'
zegt de Polar-man. 'Na afloop van de film.'
Stig Anderson loopt nog een laatkomer welkom te heten als ik hem weer
aanschiet. Ik bereid me enigszins voor op een verbale loopgravenoorlog,
maar zijn houding ligt nóg nergens tussen wie-mag-u-ook-alweer-wezen
en het-zal-zijn-tijd-wel-duren in. Ik zeg dat ik mijn Polar Connection
heb gesproken en iets heb vernomen over een diner. 'O, dat!' zegt
Anderson. 'Van harte welkom hoor. Interviews hebben we vandaag niet
te vergeven, maar een aquavit en een biefstuk kan er nog wel af.
Na afloop komen er twee bussen voor. Stap maar in de meest fout
geparkeerde, die gaat het snelste weg. 'Ik stap de zaal in met een
glas champagne. De film begint. ABBA - The Movie.
Bij een topgroep die perfectie
in het familievaandel voert, kon je nauwelijks iets anders verwachten,
maar toch is na afloop de grootste scepticus verbluft over de kwaliteit
van de ABBA-film. ABBA - The Movie straalt van het begin tot het
einde klasse uit, gepaard aan een solide zelfkennis en een nog grotere
kennis van de grope waarvoor de film is gemaakt. Het is familieamusement
van de bovenste plank, waarop ABBA - The Movie overigens nooit
zal blijven liggen.
De film heeft alles wat een goede muziekfilm moet hebben: humor, een kijkje
in de keuken van de rockbusiness, inzicht in de motieven van de afzonderlijke
leden en vooral uitstekende muziek. En dat bedoel ik niet alleen
in artistieke zin - want niet iedereen zal de muziek van ABBA zo aanspreken
als hij mij doet - maar ook in technische zin. Het geluid van ABBA
- The Movie is het beste dat ooit in een soorgeljike muziekfilm te
horen geweest is en alleen al de beeld- en geluidsregistratie van het
optreden slaan alles wat op dit gebied is vertoond, inclusief Elvis' That's
The Way It Is en Mad Dogs & Englishmen. ABBA -
The Movie is voornamelijk opgebouwd rond een concert dat de band in
1977 in Sydney gaf tijdens de alle grote Australische steden omvattende
tournee. De gehele dag hadden 25.000 mensen in de stromende regen
op ABBA gewacht en de behoefte aan entertainment was zo groot (én
de groep in een dusdanig glanzende vorm) dat de show kon uitgroeien tot
een waarlijk unieke gebeurtenis. Alle grote hits zitten erin en
wel in een schitterende uitvoering. Ook de musical 'The Girl With
The Golden Hair' en de uitsmijter van alle live-shows 'Thank You For The
Music', die samen met de uit twaalf leden bestaande begeleidingsgroep
pleegt te worden gezongen, worden uitgevoerd. De beelden van de
ABBA-show en het randgebeuren (een persconferentie, het reizen, het hangen
in hotelkamers, de plankenkoorts, het verleden van de diverse leden, het
vorm aannemen van het beroemd geworden materiaal in het tuinhuisje op
het eiland van de groep voor de kust van Stockholm) worden aan elkaar
geregen door een miniem verhaaltje over een Australische diskjockey, die
van zijn bazen de opdracht krijgt om tijdens de tournee van ABBA een radioprogramma
te maken, waarin niet alleen hun wereldhits worden gedraaid, maar ook
de-mens-achter-de-ster getoond moet worden.
De deejay, die bij wijze van spreken nog nooit van ABBA heeft gehoord
omdat hij uitsluitend in country grossiert, jaagt door heel Australië
heen achter de band aan, maar komt nooit verder dan de speciaal voor deze
tournee ingehuurde bodyguard - een door de vankbond gezonden vakman -
of Stig Anderson die in ABBA - The Movie een verbluffend sterke
rol vertolkt als de manager van ABBA, zoalsi k inmiddels uit ervaring
weet.
Gezeten op de achterste rij van het Look Theater doe ik een schietgebetje
dat 't mij tenslotte net zo zal vergaan als de deejay in de film, want
als die net zijn baas wil inlichten over het mislukken van zijn missie,
komt hij de groep gewoon tegen in de lift van het hotel en kan hij in
alle rust en vrede zijn interview maken. Nog mooier dan in zijn
kort tevoren op het celluloid gedroomde droom waarin hij in een saloon
in het Wilde Westen een borrel drinkt met de heren van ABBA, en hij zich
aan de pokertakel gesteund weet door Agnetha aan de ene en Frida een de
andere arm.
Dromen zijn bedrog, niet alleen voor de Australische disk-jockey, maar
ook voor mij. Het intieme diner is een partijtje voor 150 personen
en ik mag blij zijn dat ik een plaatsje vind in de buurt van het voormalige
Polydor-wonderkind en tegenwoordig International-baas Freddy Haayen, maar
hinderlijk ver van de bediende wereld. De aquavit komt met de biefstuk
en de wijn met de koffie, maar er is in ieder geval genoeg om te prootsten
met Stig Anderson, die onder grote hilariteit en later zelfs enige ontroering
een Zweeds dranklied zingt, waarbij de aanwezigen hem telkens vocaal antwoord
dienen te geven, en een Noorse heer die mededeelt dat ABBA ook in zijn
land het volk niet onberoerd laat en ze bij wijze van nieuw in het leven
geroepen 'award' een bloedlelijke sculptuur overhandigt. De Zilveren
Schoener. Of trawler, daar wil ik van af wezen.
'Thanks for coming,' zegt Stig Anderson vriendelijk, bij wijze van afscheid.
'Volgende keer beter. Bel me morgen na tienen.' 'Dan kunnen
we wel iets regelen,' ben ik hem voor. Hij lacht hartelijk en zegt
'No hard feelings.' Op weg naar de bus zie ik een aantal mensen
zich muisstil terugtrekken in een zaaltje en terwijl Anderson als een
soort reisleider zijn gasten de bus in werkt, besluit ik nog even te wachten.
Ik praat wat met de ober en de garderobejuffrouw ('Ja hoor, voor ons wordt
goed gezorgd,' zo zijn ze wel bij Polar') en ga dan ook eens in de kleine
bar kijken. Anderson staat vlak aan de bar met een riant uitzicht op de
deur. Voor de vierde keer geef ik hem een hand. 'Neem een borrel,'
zegt hij. Verbeeld ik me dat nou, of klinkt er iets van geamuseerde
bewondering in door.
Het gezelschap blijkt te zijn uitgedund tot zo'n vijftien mensen.
Björn Ulvaeus, Benny Andersson en diens Frida lopen er tussendoor
als betrof het een strikt zakelijk partijtje. Ze worden duchtig
gestrooplikt door gasten van vele nationaliteiten, die er in vele pittige
accenten geen twijfel over laten bestaan dat ABBA - The Movie het
beste is dat ze ooit in hun leven gezien hebben, terwijl bij enige navraag
steevast blijkt dat ABBA - The Movie de eerste film is die ze hebben
gezien na Gejaagd Door De Wind.
Op precies twee uur in de nacht wordt er opgebroken. Ik besluit
tot een tactische meesterzet en vraag regisseur Lasse Hällstrröm
of hij een interview wil doen. Hij reageert eerst stomverbaasd en
dan enigszins vereerd, want in de algemene feestvreugde heeft hij alleen
gedeeld door een toespraak zijnerzijds van tien seconden ('ABBA is een
goede producer geweest, want ze hebben zich nergens mee bemoeid.
Dank u!') en van de aanwezigen heeft niemand ook maar een lepeltje stroop
voor hem over gehad. 'We moeten weg,' zegt Hällström een
tikje hulpeloos. 'Maar als je mee wilt om een afzakkertje te nemen...'
In de bus zijn we nog maar met zijn tienen. En Stig Anderson is
er niet bij!.
Lasse Hällströms
vriendenkring is door de samenwerking met ABBA de laatste jaren duchtig
uitgedund. Ondanks zijn 34 jaar staat hij al jaren bekend als een
biljant filmer met een progressieve inslag en een aantal juweeltjes op
zijn naam, die veelvuldig in het buitenland zijn vertoond, zoals onlangs
op de Nederlandse tv Het Marsepeinen Varken. Toen hem drie
jaar geleden werd gevraagd promotieclipjes voor ABBA te maken, dacht hij
eerst dat hij in de maling werd genomen, maar bij de eerste kennismaking
bleek dat Björn en Benny Hällströms oeuvre hadden bestudeerd
en zeer goed op de hoogte waren van het werk van de regisseur.
'Ik kan in alle bescheidenheid zeggen dat die promotieclipjes iets heben
bijgedragen het aan succes van de groep. Zij zijn in de hele wereld
op tv geweest en ze bevatten kennelijk precies dat mengsel van romantiek,
naïviteit en een ondefinieerbaarr soort kuise erotiek dat de groep
tot familieamusement maakt. Ik heb dat min of meer per ongeluk in
beeld gebracht en ook in ABBA - The Movie komt dat er precies zo
uit. Oudere mensen vinden ze twee keurige echtparen die er zo netjes
uitzien in vergelijking tot de sterren die óók bij hun kinderen
in de slaapkamers hangen en de jongere mensen zien alleen die twee mooie
meiden. Volgens mij houden ze het hierom zo lang vol: de meisjes
trekken alle aandacht naar zich toe en de jongens hebben het creatief
gezien volledig voor het zeggen. Zo worden alle ego's voldoende
gestreeld en blijft de zaak in volmaakt evenwicht.
Een film draaien als ABBA -The Movie is net zoiets als het Zweedse
voetbalelftal voorbereiden op de wereldkampioenschappen. Met andere
woorden: praktisch onmogelijk. Maar net als met het Zweedse elftal
staat het eindresultaat altijd volkomen los van de werkomstandigheden;
hoe moeilijker de werksituatie, hoe beter het eindresultaat. We
hadden daar in Sydney alles tot in de puntjes voorbereid, maar op de dag
van het concert regende het uren en was het op de speciaal gebouwde stellages
zo gevaarlijk dat we niet eens konden schieten wat we wilden. In
de praktijk kwam het er op neer dat zeventien cameramensen door mij per
mobilofoon maar zo'n beetje in de rondte zijn gestuurd, waardoor de film
eigenlijk in de montagekamer gemaakt is. En in de studio natuurlijk,
want op de geluidsband stond voornamelijk regen.'
'Hoe dat werkt, dat oplappen
in de studio?' zegt Björn wat onwillig. 'Daar zijn verschillende
methoden voor. Je kan in de studio het ruimtelijk effect sorteren
door echo in te voegen of door afstand te nemen van een gevoelige microfoon
en dan het publeksgeluid er in te mengen. Maar het was maar in een
paar gevallen nodig, meestal wat reparatiewerk op de zang. Als 't
anders was, zou ik het je vertellen! Anders zouden we in de film
toch ook niet laten zien hoe het geluid van Benny's accordeon door een
synthesizer wordt gemaakt en hoe onze stemmen in ingewikkelde passages
door het koortje worden bijgekleurd?
Ik vind die vergelijking met de Beatles erg vleiend, maar ze slaan meestal
nergens op. In een paar opzichten houden we ze natuurlijk als voorbeeld.
De Beatles hadden ook een geniaal management en hun timing van de diverde
evenementen was perfect. Bij hen leek alles precies op tijd te komen:
singles, elpee's, films, boeken. En geleidelijk aan willen we ook
de muziek wat complexer maken, zodat onze hits niet van die open deuren
worden en liefst een beetje voorspelbaar blijven. Neem nou een song
als 'Name Of The Game'. Dat wordt in deze geraffinneerde uitvoering
nooit een hit als de radio hem er niet in zou stampen. Een geschoolde
deejay heeft al vijf keer draaien nodig om er een hoofdlijn in te horen
en voor de autoradio en transistor op het werk moet je er nog wel vijf
keer bijrekenen voor het gaat léven. Je kan dus zeggen dat
ABBA gebruik maakt van de waardering van het publiek door zich ook compositorisch
te ontwikkelen.
'Dat ABBA een door Björn,
Stig en mij van het begin tot het einde gecontroleerd produkt aflevert,
komt alleen maar omdat niemand anders er wat in zag toen we deze combinatie
vormden,' zegt Benny als hij zich in het gesprek mengt. 'Als dat
anders was geweest, dan hadden we misschien een uitgever moeten zoeken
of een buitenstaander als producer moeten accepteren. Of zelfs de
songs van anderen zingen. Nu konden we geruisloos onze coup voltooien
zonder dat het iemand interesseerde. Pas na 'Waterloo' kwamen de
gieren aanvliegen, maar toen waren we al een hecht team dat voor zichzelf
wist dat we niemand nodig hadden. Voor mij was daarmee een oude
stelregel bewezen, waarvan ik vermoedde dat hij wel waar was, maar waarvan
ik de waarheid nooit kon bewijzen: doe alles zelf als je overtuigd bent
van je gelijk, want niemand kan 't beter. Dat komt omdat in wezen
niemand verstand heeft van de rockbusiness. Commercie is absoluut
niet te forceren. Op een dag - na ieder apart tien jaar proberen
- liepen we plotseling met het publiek in de pas. Dat het nu vijf
jaar duurt, vind ik al een wonder. Dat het nog vijf jaar zou duren,
lijkt me uitgesloten.'
Om half acht in de ochtend
breken we op. Als ik zeg dat ik bij wijze van spreken nog net mijn
koffertje in kan pakken in het hotel bij het vliegvled, besluiten ze me
in de limousine weg te brengen. Over het (inderdaad perfecte) geluidssysteem
laat Benny 'n ontroerend mooie versie horen van 'Name Of The Game' zoals
Björn en hij dat met alleen piano, gitaar en twee dunne, Zweedse
stemmen in 't tuinhuisje op het eilandje in elkaar hebben gefabriekt en
de hitversie, die ook op hun plaat 'ABBA - The Album' voorkomt.
'ABBA - The Phenomenon' heette het boek, 'ABBA - The Movie'
de film en 'ABBA - The Album' de elpee. Dat suggereert pas
stardom, merk ik op. 'Stardom?' zegt Benny. 'Het zegt me niets.
Ik ben succesvoller dan ooit, maar de kritiek is nog nooit zo heftig geweest.
Trouwens, je hebt het zelf gezien dat we hier in Stockholm tot de ochtend
in een nachtclub kunnen zitten zonder dat er één Zweed ook
maar onze kant op kijkt. Toen ik met de Hep Stars na het optreden
een borreltje ging drinken, werden we geregeld bestormd door de fans.
Dus wat heet nou stardom! Starom is een dure plaats in de bioscoop
bij je eigen film, dát is stardom!'.
Jip Golsteijn 1978 - Uit
zijn boek "Popscore".
|