|
LIBELLE PRAAT MET FRIDA
Mijn kinderen hebben
nauwelijks een gezinsleven gekend, maar ze hebben wel een moeder met wie
ze kunnen praten, ook over hun meest intieme gevoelens.
Anni-Frid Lyngstad
(39) werd geboren in het Noorse dorpje Narvik. Op tweejarige leeftijd
verloor ze haar moeder en werd ze verder opgevoed door haar grootmoeder.
Haar vader ontmoette ze zeven geleden voor het eerst. ''Hij kwam
te laat om nog écht een vader voor me te kunnen zijn,'' zegt ze
in het gesprek dat Libelle met haar had.
Ze praat over haar jeugd en over haar twee kinderen, die ze alles had
willen geven wat ze zélf
Annifrid-Lyngstad zetelt
hoog boven Rotterdam, op de elfde verdieping van het Hilton. Beneden
voor de draaideur wachten de fans geduldig op een handtekening.
Ze is opvallend jong onder haar haar paarsrode punkkapsel. Vriendelijk
beleefd en zeer zelfverzekerd: ,,Ik zou het op prijs stellen als u hier
niet wilde roken..."
Net terug van een bezoek aan haar dochter in New York is ze het tijdsverschil
nog niet helemaal te boven. Geen koffie, maar water. Een dik
gebreid vest om haar schouders.
,,Misschien krijg ik wel
griep," zegt ze zachtjes. Heel even lijkt ze op het beeld dat zo
veel mensen van haar hebben. Een wat droeve, eenzame vrouw, die
ondanks als het succes van de wereld, het geluk nog steeds heeft gevonden.
Een beeld dat misschien zijn oorsprong vindt in haar jeugd en dat in stand
wordt gehouden doordat ze na haar scheiding van Benny Andersson nog altijd
alleen is. Ook in interviews wordt opvallend veel op haar eenzaamheid
gehamerd, zoveel dat het bijna haar handelsmerk is geworden. Ongewild,
naar later blijkt.
Frida
werd negenendertig jaar geleden geboren in het Noorse dorpje Narvik op
een tijdstip dat de sterren weinig goeds leken te beloven. Ze is
de dochter van een Duits officier, die na de oorlog naar zijn vaderland
terugkeerde. Zeven jaar geleden heeft ze hem voor het eerst ontmoet.
,,Het was heel vreemd. Ik kreeg een brief van iemand die zei mijn
halfbroer te zijn. Hij had een biografie van mij gelezen en daarin
stond een aantal dingen die hij ook van zijn vader had gehoord.
Dat bleek dus ook mijn vader te zijn. Ik heb hem toen opgezocht,
vooral uit nieuwsgierigheid eigenlijk. Hij kwam te laat om nog écht
een vader voor mij te kunnen zijn. Ik was inmiddels een volwassen
vrouw. Als kind had in misschien nog iets aan hem kunnen hebben,
maar nu niet meer.
Toch heeft
die ontmoeting veel voor me betekend en we hebben sindsdien ook contact
gehouden. Het was een raar soort emotie, toen we oog in oog stonden.
Je weet: hij is mijn vader... Maar alle daarbij horende gevoelens
waren mij vreemd. Nee, ik heb hem nooit iets kwalijk genomen.
Hij was tenslotte ook een slachtoffer van de omstandigheden. Als
Duits officier kon hij na de oorlog toch moeilijk in Noorwegen blijven..."
Haar moeder
overleed toen Frida twee jaar oud was, waarna ze verder door haar grootmoeder
werd opgevoed. Die verhuisde met haar naar het Zweedse stadje Eskilstuna,
omdat in Narvik toch een smet op haar verleden rustte.
,,Ik praat
niet graag over mijn jeugd," zegt Frida. ,,Niet omdat het een periode
is die ik zou willen vergeten - er is genoeg waar ik met prezier op terugkijk
- maar meer omdat het niet past in mijn levensfilosofie. Ik leef
van dag tot dag, sta heel erg in het heden. Om die reden wil ik
ook niet vooruit kijken. Gek trouwens, maar deze zomer was ik even
terug in Eskilstuna. Sinds de dood van mijn grootmoeder, helaas
nog voordat ABBA bekend werd, was ik er niet meer geweest. Toen
ik wegreed kon ik niet meer voor ogen krijgen hoe het er nu uitzag.
Wat ik zag was de herinnering, de stad van mijn jeugd.''
Zelf heeft
Frida twee kinderen. Docher Lota is achttien en studeert in New
York. Zoon Hans is eenentwintig en woont en werkt in Stockholm.
,,Hij schrijft liedjes, speelt in een band, hij produceert en arrangeert
en is eh... tja, eigenlijk is hij heel getalenteerd. Ik zie in hem
iets van dezelfde drang die ik had had om de muziek in te gaan.
Dat is iets magisch, nauwelijks te verklaren. Ik heb zelf nooit
geweten waar het vandaan kwam, het was er gewoon. Bij Hans lijkt
het iets beter te begrijpen, want die heeft dan nog een moeder die in
de muziek zit. Maar aan de andere kant gaat Lotta ook haar eigen
weg.''
Pratend
over haar kinderen wordt Frida's toon langzaam maar zeker minder zakelijk.
Als we het hebben over opvoeden, zegt ze: ,,Iedere moeder wil haar eigen
kinderen geven wat ze zelf niet heeft gehad. Zo voel ik het ook.
Wat ik zelf altijd heb gemist, is een moeder met wie je kunt praten.
Mijn grootmoeder heeft ondanks haar goede zorgen die rol nooit helemaal
kunnen vervullen. Daarvoor was het leeftijdsverschil denk ik te
groot. Ik weet dat mijn kinderen wel zo'n moeder hebben. Wij
zijn niet bang om met elkaar te praten, ook niet aals het gaat om de meest
intieme gevoelens. Dat is een goed ding. Dat ze vertrouwen
in me hebben, dat ze met alles bij me durven komen.
Ik zie
ze vaak ja. Een paar keer per jaar vlieg in naar New York en Stockholm
en Lotta en Hans komen ook geregeld op visitie in Londen, waar ik nu al
weer twee jaar woon. Op zich is het natuurlijk jammer dat we zo
ver uit elkaar zitten. en ik mis ze soms ook heel erg, maar goed beschouwd
leiden we allemaal ons eigen leven. Ik heb ook geprobeerd om ze
zo op te voeden. Tot zelfstandige mensen, mensen met een groot verantwoordelijksgevoel,
die met beide benen stevig in het leven staan. In staat zijn hun
eigen beslissingen te nemen. Ik denk dat dat ook gelukt is.
Ik heb enorm veel respect voor de manier waarop ze hun leven inrichten.
Ze kunnen zichzelf redden. Dat is hele geruststelling en dat maakt
dat het missen ook geen pijnlijk missen is. Weet je, het is eigenlijk
een heel goed gevoel om jong te zijn en toch al zulke volwassen kinderen
te hebben.
Waar ik
me wel bezorgd om kan maken, is of ze ook gelukkig zijn. Je kunt
kinderen begeleiden en ze zo goed mogelijk in staat stellen hun eigen
leven te leiden. Maar dat is geen garantie voor geluk. Geluk
zit van binnen, dat kun je ze niet leren. Zoals ze eigenlijk alles
in het leven eerst zelf moeten ervaren. Ik kan hoogstens praatpaal
voor ze zijn, klaar staan als me nodig hebben. Ook al wonen ze aan
de andere kant van de wereld, ik blijf hun moeder. Ik blijf die
verantwoordelijkheid voelen.
Zelf heb
ik geleerd dat een belangrijke weg tot het geluk de communicatie is.
Communicatie tussen mensen is een moeilijk punt. Mensen slagen er
maar heel zelden in écht te communiceren. Dat heb ik ook
mijn kinderen verteld. Het is belangrijk dat ze zich openstellen,
dat ze vriendelijk zijn tegen mensen en dat ze werkelijk contact proberen
te krijgen. Daarmee kun je jezelf veel problemen besparen.
Communiceren betekent ook goed luisteren. Begrijpen hoe mensen in
elkaar zitten. Proberen je te verdiepen in die ander... Het
was bij mij niet zo dat ik me plotseling bewust werd van het feit dat
ik niet communiceerde, dat was een proces van jaren. Maar het is
wel zo dat mijn scheiding van Benny, wat dit betreft, een keerpunt is
geweest. Toen had ik het méér nodig dan ooit, om echt
contact met mensen te hebben. Met Benny, maar ook met vrienden.
Toen we
uit elkaar gingen, moest ik een beslissing nemen met mijn leven.
Ik heb alles wat ik tot dan had meegemaakt duidelijk op een rij gezet.
Ik wilde weten hoe ik verder moest. In die tijd ben ik gaan praten.
Voor het eerst heb ik mezelf toen helemaal bloot gegeven. Dat was
misschien wel de beste ervaring in mijn leven tot dan toe. En het
betekende verschrikkelijk veel voor me. Ik heb nu vertrouwen in
mezelf en in het leven. Omdat ik me toen bewust werd van wat er
werkelijk aan schortte,. Ik ken mezelf nu veel beter en dat betekent
dat ik niet langer bang ben, dat ik veel sterker in mijn schoenen sta
en dat ik mensen heel open tegemoet kan treden.
Dat Benny en ik niet echt communiceerden was een belangrijke
reden voor onze echtscheiding, naast natuurlijk nog een aantal andere
zaken. Pas de laatste vier weken voor we uit elkaar gingen, hebben
we goed met elkaar gepraat. Ik had het gevoel dat dat voor het eerst
was. Gek genoeg zie je dat vaker gebeuren als relaties op hun eind
lopen. Alsof je dan plotseling het gevoel krijgt dat je iets gaat
kwijtraken en nog snel even de missende stukjes op hun plaats wilt hebben.
Het is ook belangrijk dat je weet waarom het gebeurt. Anders blijf
je er veel te lang mee bezig. Dat betekent dat beide partners het
achterste van hun tong laten zien, iets was tijdens de relatie zelf blijkbaar
niet kon.
Ik vergelijk
het wel eens met mensen die op hun sterfbed liggen. Je hoort vaak
dat ze de laatste uren van hun leven aangrijpen om nog snel een aantal
dingen recht te zetten. Nou, voor mij is scheiden ook een beetje
sterven. Misschien dat we daarom in die laatste weken zo goed met
elkaar hebben gepraat. En eerlijk gezegd was het de beste periode
van ons huwelijk.
Ik heb
geen spijt. De conclusie bleef ook na die vier weken dezelfde.
Maar het heeft er wel voor gezorgd dat Benny en ik nog steeds heel goede
vrienden zijn. Het was een goede scheiding, voor zover je daar bij
scheiden over kunt spreken. Het verdriet blijft, maar je kunt het
elkaar zo makkelijk mogelijk maken. Dat hebben we gedaan en daar
ben ik blij om. Nog steeds kunnen Benny en ik praten over de intieme
dingen, de fijne momenten die we gehad hebben. Dat zijn emoties
die je alleen met elkaar hebt gedeeld, waar je dus ook met niemand anders
over wilt praten. Als je daar nooit meer op terug kunt komen, als
er geen enkele vriendschapsband meer is, dan is het net alsof die dingen
nooit zijn gebeurd. Alsof je ontkent dat er ooit een huwelijk is
geweest.
Na de
scheiding van Benny heb ik veel steun gehad van vrienden. Ze hebben
het gemis van Benny opgevangen en er voor gezorgd dat ik niet halsoverkop
in een nieuwe relatie ben gestapt. Ik geloof niet dat ik het zonder
mijn vrienden had gered. Dan zou ik nu niet hebben bestaan op de
manier waarop ik besta. Daarom betekent vriendschap ontzettend veel
voor me. Natuurlijk, als je iemand liefhebt, zo hevig dat je je
leven met hem kunt delen, dat is dat het mooiste was er is. Maar
relaties in die zin zijn nog zeldzamer dan goed vrienden.
Mijn vrienden waren zo verstandig om mijn niet te bevestigen
in mijn verdriet, nee, ze hebben me vooruit geduwd. Er voor gezorgd
dat ik niet bij de pakken neer kon gaan zitten. Ik denk dat ik ze
daardoor nog meer ben gaan waarderen dat ik al deed...''
Het gesprek
krijgt een filosofische wending. ,,Ik ben twee keer in mijn leven
gescheiden en dat is niet voor niets gebeurd. Het heeft me gedwongen
tot nadenken. Over de wereld om me heen en vooral over mezelf.
Op een bepaalde manier geloof ik in voorbestemming, in die zin dat achter
veel dingen in dit leven een bedoeling zit. Niet dat je in je stoel
kunt zitten afwachten wat er komen gaat, nee, je moet er wel zelf aan
werken. Proberen ook uit negatieve dingen een positieve kracht te
halen. Je moet vechten voor die dingen in het leven die je werkelijk
wilt. Mijn doel is zo veel mogelijk over mezelf te weten te komen,
mezelf zo goed mogelijk te leren kennen. Weten waarom ik hier ben.
Ik zal mijn hele leven moeten werken om dat punt te bereiken en tóch
zal ik het niet bereiken. Omdat ik dood zal zijn voor ik zover ben.
Nee, geen idealistisch doel. Iedereen zou daar mee bezig moeten
zijn. Bewust leven, daar gaat het om. Blij zijn met de kleine
dingen. Op dit moment ben ik succesvol. Alles waar ik als
kind van heb gedroomd, heb ik gekregen. Ik ben een rijke vrouw,
heb geld, twee fantastische kinderen en een aantal goede vrienden.
Wat betreft de grote dingen ben ik dus niet slecht bedeeld. En juist
dát doet me terugkeren naar de details. De kleine dingen
waarderen op een manier zoals ik dat vroeger nooit gedaan heb. Dat
geeft me méér in het leven. Het is tijd voor bezinning.
Het grote voordeel van rijk zijn is dat he tme de tijd geeft om over andere
dingen na te denken. Vroeger werd ik te veel in beslag genomen door
de strijd om het bestaan. Nu niet meer. Ik heb de tijd om
zoveel mogelijk over mezelf te leren. Dat is voor mij op dit moment
de grootste waarde in het leven, dat maakt me gelukkig.
Ik ben
dus inderdaad niet eenzaam zoals veel mensen schijnen te denken.
Ik zeg dat ook steeds, maar mensen luisteren slecht. Of misschien
is het interessanter lals ik het wel zou zijn. Helaas, dan moet
ik iedereen teleurstellen. Geloof het of niet, maar ik ben écht
heel gelukkig.
In die
zin dat ik mijn bestaan op dit moment heel bevredigend vind. Want
het echte geluksgevoel, dat is een momentopname, ies heel vluchtigs.
Dat kan volstrekt onverwacht gebeuren. Dat je plotseling vol loopt
met zo'n warm gevoel, dat je heel even boven alles en iedereen uitstijgt.
Maar dat gevoel kun je niet vasthouden. Hoeft ook niet. Even
is genoeg, daar kun je heel lang op teren.
Ik weet
dat voor veel mensen geluk gelijk is aan het hebben van een gezin.
Ik woon alleen en dat is ook een reden dat vaak wordt gedacht dat ik eenzaam
en ongelukkig zou zijn. Maar voor mij is het meer van belang dat
ik in harmonie ben met mezelf en dat er mensen zijn in mijn omgeving die
van me houden, die me begrijpen. Dat hoeft geen gezin te zijn.
Ik ben niet bang om alleen door het leven te gaan. Dat is denk ik
een angst die veel mensen hebben. Met een gezin hoor je ergens bij,
dat is iets van jezelf, iets om op terug te vallen en wat niemand je afneemt.
Helaas blijkt dat maar al te vaak een illusie. Ik mis die dwang
om mezelf te binden. Heb ik ook nooit gehad. Als het uitkomt
is het fantastisch, maar je mag het niet najagen. Ik leef mijn eigen
leven en dat maakt me gelukkig.
Misschien heeft het ook te maken met de omstandigheid
dat ik zelf nooit in een gezin heb geleefd en dat ook nauwlijks heb gehad
met mijn eigen kinderen. Toen ik scheidde van mijn eerste man, moesten
de kinderen bij hem blijven, want ik kon nergens heen. Toen ik eenmaal
samen met Benny was, kwam het er ook niet van om een gezin te vormen.
De kinderen kwamen wel bij mij, maar het was het begin van ABBA.
Het begin
van een circus dat ons over de hele wereld bracht. Lotta en Hans
gingen wel mee, maar het was toch niet wat je noemt een normale gezinssituatie.
Een gezin waarbij moeder 's avonds het eten op tafel zet, zodra vader
thuiskomt uit zijn werk. Zo'n leven heb ik nooit gekend en ik denk
ook niet dat ik het ooit zou kunnen. Mijn kinderen ook niet.
Hoe vreemd het leven ook was met ABBA, ze hebben er met volle teugen van
genoten. Ze leefden tussen mensen die veel om elkaar gaven, die
vriendelijk waren en die ze gehandelden als volwassen mensen en niet als
kinderen. We leefden als het ware in één grote familie.
Het heeft alles bij elkaar ruim tien jaar geduurd en het was een tijd
die we geen van allen hadden willen missen, ook Hans en Lotta niet.
We prijzen ons nog steeds gelukkig dat we het mee hebben mogen maken.
Copyright Libelle
|