DE CHEF GELUID SCHRIJFT EEN RECEPTJE UIT
Zelfs de grootste
snobs die de muziek van ABBA als een puur wegwerpprodukt beschouwen, moeten
erkennen dat de groep een fabelachtige 'sound' heeft ontwikkeld.
De kenners zijn het erover eens dat een groot gedeelte van het succes
van de Zweden aan hun unieke klankkleur kan worden toegeschreven.
Die klankkleur is niet alleen goed, hij gaat ook met z'n tijd mee.
Bert van Manen introduceert Michael Tretow, de verantwoordelijke geluidsmenger
van de Polar Studio
Dancing Queen
was de doorbraak. De buitenwacht begon zelfs te refereren aan
de legendarische Wall Of Sound van Phil Spector. Maar er was meer
aan de hand met de ABBA-sound. Spector viel op door z'n dominante
bovenste bas-regionen en de alom (zowel hoog en laag) aanwezige vocalen.
De formule was perfect: de klankkleur sloot naadloos aan bij de muzieksoort
van groepen als The Crystals en The Ronettes. De ABBA-technici
bleken in staat om die Spector-sound te combineren met de nieuwe mix-technieken
en moderne verworvenheden als de Polymoog. Dancing Queen
is waarschijnlijk het beste voorbeeld van een mix met mogelijkheden:
ondanks de aanwezigheid van moogs, akoestische instrumenten, solo en
chorale vocalen kent de song één consequente klankkleur.
De volgende grote verandering trad in met het in gebruik nemen van de
dure Polar Studio, een verbouwde bioscoop. Het pand werd met het
inmiddels van ABBA bekende motto 'niets is te goed, niets is te duur'
uitgerust. In de periode '76-'78 veranderde er geluidstechnisch
niet veel, maar Polar én het Saturday Night -, Bee Gees-en Travolta-syndroom
leidde tot Summernight City, een nogal bekritiseerde disco-single.
De Polar-sound klink definitief door in de met name voor de Amerikaanse
markt gesneden single 'Chiquitita, hoewel nog niet alle sporen
in die studio zijn opgenomen. Voulez-Vous wordt de eerste volledige
Polar-langspeelplaat. Het is de natte droom van iedere muzikant
om een eigen studio te bezitten; fultime met de knoppen klooien, niet
gehinderd door kostenoverwegingen: het lijkt een sprookje.
Michael Tretow, sinds jaren
verantwoordelijk engineer bij ABBA-opnamen, legt uit dat de groep de
ongelimiteerde mogelijkheden daadwerkelijk benut. Het basisprincipe
van de groep lijkt op dat van J.J. Cale: het merendeel van de songs
wordt in diverse stijlen, tempo's en maatsoorten opgenomen, waarna de
beste versies worden gekozen. Het is een arbeidsintensieve werkwijze
die de engineer wél in staat stelt de 'perfecte mix' te ontwikkelen.
Tretow: 'Iedere vocaliste krijgt tientallen keren de kans om de hoge
C te halen, maar wie heeft er ooit gehoord an een technicus die 40 keer
mag proberen z'n limiters perfect in te stellen?' Hij geeft toe
in een begenadigde positie te verkeren. De opnametechnische foefjes
van ABBA verschillen niet wezenlijk van anderen; ze worden wel consequenter
geperfectioneerd. Tretow licht in het kort de werkwijze toe, opgeplitst
over de belangrijkste instrumenten.
DRUMS, GITAAR
Tretow prefereert de 'droogte' van het drumhok boven
de klankvrijheid van de open studio. De tom-toms worden opgenomen
met de AKG 414's, de bass drum met RE 20's, de snare drum met CK L's,
en de 'overal kitt', de ambiance mics, mep, zoals hij het zelf zegt:
'whatever.'
Het voortdurend proberen van weer nieuwe microfoons heeft hem geen windeieren
gelegd, zegt hij. Ja, hij heeft makkelijk lullen... De gitaarpartijen
worden praktisch altijd opgenomen in een aparte ruimte. 'A really
loud sound should fill the room', aldus Tretow, en aangezien het hoogfrequent
geluid betreft, kan dat een kleine ruimte zijn. U 47-microfoons
zijn het meest geschikt voor de directe opname, en voor de ambiance
voldoet iedere goede condensatormicrofoon. De goede luisteraar
weet dat de ABBA-leadgitaren qua klank absoluut niet te herleiden zijn
op het gebruikte instrument, wat een gevolg is van de ingrijpende equalisation
die erop wordt toegepast.
PIANO, SYNTHESIZER
De al eerder genoemde AKG 414's worden ook gebruikt voor
de 'grand piano', in dit geval drie stuks, waarbij de middelste door
het stereo-patroon van de beide andere worden gemixed, via de MXR Flanger.
Het zou zonde zijn om hier Tretow niet letterlijk te citeren:
'Deze techniek maakt het voor de engineer in principe mogelijk om een
vleugel van f 50.000,- te laten klinken als een honky tonk-piano
van drie meier.
Het is verbazingwekkend hoe je de techniek voor je kunt laten werken.
Als dat ook andersom ging, zou het verrekt nuttig kunnen zijn!'
De opname van de Polymoogs baart Tretow nogal eens zorgen. Hij
gebruikt de Dolby 361 unit om de gebrekkige signaal/ruisverhouding van
dit instrument te compenseren, en combineert 'line output', dus directe
opnamen met 'ambience, dus weergegeven opnamen, om een zo evenwichtig
mogelijk resultaat te krijgen. Hier valt wellicht iets af te kijken
voor de aspirant-technici; zleden worden van Polymoog partijen ambiance-opnamen
gemaakt, omdat dan de gelijkenis met het nagebootste instrument teveel
zou verdwijnen. Toch werden voor de song Arrival uitsluitend
ambiance-opnamen van de Polymoog gemaakt!.
VOCALS, OVERDUBS
Veel songs die op de plaat verschijnen, zijn vocale knipwerkjes.
Uit tientallen takes worden de goed gelukte regeltjes of zelfs woorden
gekozen en aan elkaar geplakt. Weinig groepen zullen zich meer
takes permitteren dan ABBA, maar desondanks blijft het verantwoordelijke
duo Björn en Benny een grote voorkeur houden voor een ineens gelukt
couplet, de mogelijke minieme onvolkomenheden daarin graag vergetend
in het belang van een grotere coherentie. In dat licht is het
ook duidelijk, dat Frida en Agnetha altijd gelijktijdig hun partijen
inzingen. Deel van het succes van ABBA is de uiterst gelukkige
vermenging van hun beider stemmen, die qua klank zo op elkaar aansluiten
dat het geheel meer is dan de som van de delen (den b.v. in dit verband
aan Crosby, Stills & Nash, Simon & Garfunkel).
Ook op het gebied van de 'instrument overdubs' heeft Tretow een paar
nuttige tips voor de engineer. Akoestische gitaren worden onveranderlijk
opgenomen met AKG U87 mics, op de harde ondergrond, en C34 mics op enige
afstand. Penetrant-luide, hoogfrequente instrumenten als klokkenspel,
trompet e.d. worden opgenomen met de in principe ouderwetse RCA DX66,
van het Ribbon-type. Omdat het praktisch standaard is, alsdus
Tretow, dat de engineer bij de 'fill in' van de song één
van z'n tracks moet opgeven, gewoonlijk een niet onmisbare drumtrack,
neem hij consequent de hi-hat op een aparte track op. De hi-hat
wordt zó voldoende door de ambiance-mics opgepikt, dat de track
volledig overbodig is, maar wanneer je hem afstaat maakt dat zo'n onzelfzuchtige
indruk op de producer dat de samenwerking er enorm bij wint, volgens
de gepokt- en gemazelde Tretow.
MIXEN, SNIJDEN,
KLAAR
De mixdown-sessie bij ABBA speelt zich volgens Tretow
onveranderlijk af naar een vast scenario. de verantwoordelijke
engineer (hij dus) stelt een basic mix vast, die beoordeeld wordt door
de 'boys' (Björn en Benny) in de opnameruimte. Na enige tijd
komen deze beiden de controlekamer binnen onder de uitroep: Fantastisch,
dat nemen we', waarna ze alles geleidelijk beginnen te veranderen.
Vóór Polar deed Tretow zijn werk in de Metronome Studio,
op een Neve 24/8 console, ook al weer de droom van menig muzikant.
In Polar moet hij het doen met een gemodificeerde Harrison Console,
waarmee hij naar zijn zeggen bijna even tevreden is. Superieur
in de Polar Studio's zijn echter de limiters, twee stuks Universal Audio
Valve LN 176, die Tretow gebruikt voor alle ritme-instrumenten, en waarvan
hij de kwaliteit beschouwt als een belangrijk onderdeel van de ABBA-sound.
Dat is niet verwonderlijk, want hoe beter, dus ongemerkter, de limitting,
hoe opener en helderder de plaat klinkt. Het snijproces houdt
Tretow in eigen hand. Het gebruikte snijsysteem, de Westrex 3D
11A met Westrex versterkers biedt volgens hem de beste mogelijkheden
om gemaakte fouten nog te herstellen. En de oorzaak van die fouten?
Tretow: 'Luister eens naar het verschil tussen een mix die je hebt gemaakt
in het midden van de nacht, doodmoe en na twintig uur geluid, geluid,
geluid en een mix die je hebt gemaakt na een volle nacht slaap.
Dat scheelt zo'n 15 db aan hoog....
BEWIJZEN
Wie wil weten wat Michael Tretow in z'n mars heeft, kan
in praktisch iedere goede hi-fi-zaak terecht. Het meest gangbare
Phillips-demonstratieplaatje voor de Compact Disc bevat het nummer One
Of Us van ABBA, één of twee hits geleden. Laat
een gereputeerde set luidsprekers aansluiten, draai de volumeknop onbezorgd
omhoog, zit, en raak, met mij, zeer geïmponeerd...
Bert van
Manen - Oor Magazine, 26 februari 1983
|